ATLETEN

Jerell

Krachttraining · voetbalverleden · routine

PORTRET VAN DE ATLEET

01

Het lastigste moment is vóór ik ga

Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met sport gehad. Mijzelf ertoe zetten vind ik moeilijk. Maar zodra ik bezig ben, ben ik fanatiek, wil ik resultaat zien en probeer ik mezelf of degene met wie ik train te verbeteren.

Dat begon vroeger al bij voetbal. Op een donkere, koude avond zat ik na het eten op de bank en dacht ik: nu moet ik in mijn korte broek op de fiets naar het veld. Daar had ik dan echt geen zin in. Eenmaal bezig vond ik het heerlijk. Dat is eigenlijk nog steeds mijn grootste strijd.

Routine helpt mij om die discussie met mezelf over te slaan. Net als opstaan voor mijn werk: ik vraag niet iedere ochtend of ik er zin in heb. Ik sta op en ga. Zodra sporten op dezelfde manier in mijn ritme zit, wordt het veel makkelijker.

JERELL TIJDENS VOETBAL OF KRACHTTRAINING

02

Fanatiek, ook zonder talent

Voetbal is jarenlang mijn sport geweest. Ik heb tussendoor ook getennist en sta al van jongs af aan op de ski’s. Bij wintersport is mijn hoofd helemaal leeg: ski’s aan en gaan. Ik zie dat zelf graag als een echte sport, ook al zit je na een paar afdalingen soms alweer aan de apfelstrudel met slagroom.

Ik heb altijd gesport. Ik kan niet goed stilzitten en het teamgevoel vond ik geweldig: samen trainen, wedstrijden spelen, de kleedkamer en daarna de kantine. Het werden echte vrienden.

HERSTEL OF TRAININGSBEELD VAN JERELL

03

Mijn knie veranderde alles

Na jarenlang voetbal ging het tijdens de eerste wedstrijd na de coronastop helemaal mis. Mijn knie klapte en de pijn was onbeschrijfelijk. Mijn rechter voorste kruisband was afgescheurd en tijdens de operatie bleek dat ook beide menisci beschadigd waren.

Het herstel was dramatisch. Wekenlang kon ik weinig, ik liep eerst met twee krukken en daarna met één, en de volledige revalidatie duurde ongeveer een jaar. Voor het eerst merkte ik dat mijn lichaam echt kapot kon. Daarvoor dacht ik altijd: ongetraind hardlopen, spierpijn of pijn aan mijn voeten trekt vanzelf wel weg. Sinds die blessure ben ik voorzichtiger, ook op de ski’s. Ik wil nooit meer zoiets meemaken.

Doordat ik nauwelijks kon bewegen en ondertussen wel bleef eten, kwam ik flink aan, ruim 10 kilo. Ik werd echt diep ongelukkig toen ik mijn lichaam in de spiegel zag en amper nog kleding paste. Mijn fysiotherapeut zei uiteindelijk heel direct dat ik te zwaar was en gewicht moest verliezen. Dat was niet gezellig, maar wel wat ik nodig had. Als je het probleem blijft ontkennen, verandert er niets.

JERELLS VOEDING OF MEALPREP

04

Als ik begin, moet de zak leeg

Mijn verhouding met eten is net zo alles-of-niets als mijn verhouding met sport. Ik hou van vet, zout en zoet. Als ik eenmaal begin met iets ongezonds, blijft het zelden bij één hapje. Dan moet die zak leeg.

Na mijn blessure heb ik mijn patroon drastisch omgegooid. Ik leerde het verschil herkennen tussen echte honger en gewoon zin hebben om iets in mijn gezicht te stoppen. Sinds de knop om is (inmiddels 4 jaar) is mijn eerste maaltijd vaak uitgesteld tot later in de ochtend. Daarna kies ik voor eiwitrijke maaltijden, bijvoorbeeld magere kwark met banaan en een stevige salade met kip. Voor het sporten, na mijn werkdag, neem ik vaak nog een stuk fruit.

Ik eet nog steeds iets lekkers, maar het moet het voor mij echt waard zijn om dik van te worden. Een goed gebakje van de banketbakker: ja. Een willekeurig gebakje uit de supermarkt: nee. Het moeilijkst is wanneer er zandkoekjes worden gebakken in huis. De geur van gebakken roomboter, bloem en poedersuiker door het hele huis is voor mij ongeveer de zwaarste discipline-test die er bestaat.

05

Ritme is mijn basis

Na mijn revalidatie vroeg mijn collega of ik samen met hem wilde gaan sporten. We begonnen direct met vier of vijf dagen per week. Dat gezamenlijke begin hielp, maar in de sportschool zelf heb ik niemand nodig die roept dat ik nog één herhaling moet doen. Als ik er eenmaal ben, ga ik door.

Mijn valkuil is dat één onderdeel soms alles meesleept. Als ik door een schouderblessure niet goed kan trainen, wordt mijn eten ook sneller ongezonder. Wanneer mijn ritme klopt, lijkt juist alles te lukken: op tijd naar bed, werken, trainen en gezonde maaltijden.

Ik wil fitter en energieker worden en mijn trainingen efficiënter aanpakken. Niet eindeloos praten in de sportschool, maar in ongeveer een uur mijn routine doen. Ik hoef niet extreem droog te zijn; ik wil in de spiegel kijken, definitie zien en mij goed voelen in mijn kleding.

01

Trainingsfrequentie

Drie tot vier keer per week. Mijn doel is iedere week vijf efficiënte trainingen.

02

Mijn doel

Fitter en energieker worden, met zichtbare definitie en zonder lovehandles.

03

Mijn ideale training

In één uur mijn hele routine afwerken. Minder praten, meer doen.

04

Mijn voedingsregel

Iets lekkers mag, maar het moet het wel écht waard zijn. (maar niet vaker dan 1x per week)

05

Mijn grootste verleiding

Versgebakken zandkoekjes. Vooral de geur maakt iedere goede intentie ineens een stuk moeilijker.

06 — TRAININGSLOOK

Kleding waarin ik mij sterk voel

Ik zoek sportkleding die lekker zit én benadrukt wat goed staat. Als het kouder is, draag ik graag een cropped hoodie die ik tijdens de training makkelijk uit- en daarna weer aantrek. Daaronder kies ik liever een goed zittend shirt of mouwloos shirt dan iets waarin ik mij verstopt voel.

Bekijk de herencollectie
PRODUCTFOTO

Shop Jerells look

Selecteer de MU®-items uit Jerells trainingsfoto.

PRODUCTFOTO

Shop Jerells look

Selecteer de MU®-items uit Jerells trainingsfoto.

PRODUCTFOTO

Shop Jerells look

Selecteer de MU®-items uit Jerells trainingsfoto.

PRODUCTFOTO

Shop Jerells look

Selecteer de MU®-items uit Jerells trainingsfoto.

PORTRET VAN JERELL

07 — MIJN LES

Vraag niet altijd of je zin hebt

Mijn belangrijkste les is dat motivatie niet de basis kan zijn. Als ik iedere keer ga nadenken of ik zin heb om te trainen, kies ik liever voor een terras en lekker eten of een film kijken met popcorn op de bank. Daarom is sporten net zo normaal voor mij geworden als naar mijn werk gaan. Iedere dag direct na het werk naar de sportschool.

Ik doe dat zeker niet altijd perfect. In het weekend, wanneer mijn ritme losser is, schiet gezond eten er nog weleens bij in. Maar ik weet inmiddels ook hoe ik terugkom: niet wachten op het perfecte gevoel, mijn routine weer oppakken en gewoon gaan.