01
Altijd in beweging
Mijn eerste echte sportherinnering is de gymles op de basisschool. Ik was heel goed in touwklimmen: altijd de snelste boven én beneden. Ik wilde sowieso altijd winnen.
Daarna heb ik van alles gedaan. Atletiek, hardlopen, schaatsen, tennis, skateles, pilates en yoga. Ik vond veel sporten best leuk, maar had niet meteen één favoriet. Bij atletiek was ik goed en won ik vaak, maar dat betekende niet automatisch dat ik het ook leuk vond. Tijdens een hardloopwedstrijd wilde ik eigenlijk vooral dat het snel klaar was.
Schaatsen paste beter bij mij. Ik keek op naar de oudere kinderen met klapschaatsen en was heel blij toen ik ze uiteindelijk zelf kreeg. Later gaf ik les aan de jongste kinderen. Dat was soms vooral kinderen van het ijs rapen, maar ik vond het heel leuk om hun groei in één seizoen te zien.
02
Nu win ik vooral van mezelf
Mijn focus ligt nu op krachttraining. Dat doe ik ongeveer anderhalf jaar en ik probeer vijf dagen per week te sporten. In het begin zag ik het nut niet meteen, omdat resultaat tijd nodig heeft. Nu zie ik steeds meer lijnen en spieren tevoorschijn komen en merk ik dat ik sterker word. Dat vind ik mooi en het motiveert mij om door te gaan.
Bij krachttraining kan ik nog steeds winnen, alleen niet per se van iemand anders. Als ik een oefening langer volhoud of weer iets zwaarder kan trainen, voelt dat ook als vooruitgang. Mijn eerste concrete doel is mijn gewicht op 59 kilo te krijgen. Daarna wil ik dat vasthouden en vooral mijn lichaam sterk houden.
Wat ik leuk vind aan krachttraining is de afwisseling. Er zijn zoveel oefeningen dat ik altijd iets nieuws kan proberen. Tennis en padel blijven daarnaast de sporten die voor mij vooral als hobby en vrije tijd voelen.
03
Mijn werk veranderde mijn beweging
Toen ik in de zorg werkte, haalde ik op een werkdag makkelijk ongeveer zevenduizend stappen. Met mijn huidige kantoorbaan zijn dat er soms maar tweeduizend. Ik merkte dat verschil en moest bewuster gaan nadenken over mijn beweging, training en voeding.
Daarom probeer ik door de week mijn krachttraining te doen en in het weekend ruimte te houden voor bijvoorbeeld tennis. Het lukt niet altijd precies volgens plan, maar vijf sportmomenten per week is waar ik naartoe werk.
Ik train het liefst samen met mijn vriend. Hij is ook gemotiveerd en daardoor kunnen we elkaar blijven aanmoedigen. Ik zou niet snel alleen gaan. Mijn oplossing is vrij simpel: gewoon iemand overhalen om mee te gaan.
04
Snacken kan ik de hele dag
Ik ben gek op snacken. Een echte favoriet heb ik niet eens, want ik vind bijna alles lekker. Het makkelijkste is dus gewoon zorgen dat het niet voor mijn neus ligt. Als ik echt trek heb, pak ik bijvoorbeeld rijstwafels, drink ik wat meer of stort ik mij op mijn werk. Afleiding helpt verrassend goed.
Door de week eet ik bewuster en gevarieerder. Mijn eerste maaltijd is vaak rond twaalf uur en voor de lunch wissel ik meer af, bijvoorbeeld met een salade met quinoa, zaden en noten. Soms zet ik een paar dagen voeding in ChatGPT en vraag ik heel direct: is dit eigenlijk goed? Hoe meetbaar dat precies is, weet ik ook niet, maar het helpt mij wel om erover na te denken.
Ik verbied mezelf niets. Ik eet alleen veel minder vaak snoep en chocolade dan voorheen. Soms bedenk ik doordeweeks al wat ik in het weekend wil nemen en dan is zaterdagavond gewoon: go time. En voor welk eten je mij ’s nachts wakker mag maken? Voor geen enkel. Ik hou van slapen.
05
Mijn onderrug blijft een aandachtspunt
Mijn onderrug is mijn belangrijkste fysieke aandachtspunt. Ik had er vooral last van als ik lang op een oncomfortabele stoel zat of lang in de trein zat. Nu ik die situaties minder heb, is het rustiger, maar ik wil mijn rug wel sterker maken.
Dat vind ik soms spannend. Ik heb oefeningen voor mijn onderrug geprobeerd en kreeg daarna juist weer flink last. Toen ben ik ermee gestopt. Nu probeer ik voorzichtiger op te bouwen en beter te voelen waar de grens ligt: wanneer maak ik mijn rug sterker en wanneer ga ik eroverheen?
Ik ben daar nog niet. Op sommige dagen gaat een training lekker en op andere dagen sta ik in de sportschool en lukt bijna niets. Dat hoort er blijkbaar ook bij. Mijn doel is niet om ieder signaal te negeren, maar om sterk te worden zonder mezelf te forceren.
Trainingsritme
Vijf dagen per week te sporten is het doel, met krachttraining als basis.
Mijn eerste doel
Mijn gewicht op 59 kilo en mijn lichaam sterk en in vorm houden.
Trainingsinspiratie
Ik ben van de TikTok-generatie: zie ik een leuke oefening, dan wil ik die zelf proberen.
Mijn snackregel
Als het niet binnen handbereik ligt, kan ik mij er ook niet aan overgeven.
Die sla ik graag over
Leg extensions. Ik vind ze gewoon niet leuk, dus ik kies liever een andere oefening.
06 — MOTIVATIE
Resultaat maakt het leuker
Vroeger werd ik vooral gemotiveerd door wedstrijden winnen. Nu zit mijn motivatie meer in wat ik zelf terugzie en voel. Ik zie meer vorm in mijn rug en armen en hoef mij niet meer voor de spiegel te verstoppen. Dat klinkt misschien simpel, maar zichtbaar resultaat maakt het voor mij echt leuker.
Tegelijk weet ik dat motivatie niet iedere dag hetzelfde is. Daarom helpen een concreet doel, samen trainen en een routine. Ik hoef niet elke training geweldig te vinden; ik wil vooral blijven terugkomen.
Wat mij helpt
Een concreet doel, iemand om mee te trainen en resultaat dat ik zelf kan zien.
Typisch ik
Vraag mij niet wat mijn favoriete snack is. Ik vind bijna alles lekker — maar maak mij er vooral niet voor wakker.
07 — IN ACTIE
Als ik er goed uitzie, train ik beter
Wat ik draag in de sportschool doet echt iets met mijn motivatie. Als ik vind dat ik er goed uitzie, voel ik mij ook meer gemotiveerd om wat te doen.
Mijn go-to outfit is veranderd. Eerst koos ik sneller voor een strakke broek; nu draag ik liever een losser broekje met een sport-bh. Eigenlijk is dat een zomerlook, maar als je hard genoeg traint, kan een semi-zomerlook ook prima in de winter.
09 — SOCIALS
Meer van mij
Volg mij voor mijn trainingen, dagelijkse routine en de momenten waarop sport vooral plezier is.